De Bahá'í kalender is en zonne-kalender georganiseerd als een opeenvolging van cycli, ieder met een lengte van 19, verwijzende naar de 19 jaren periode tussen proclamatie van de Báb in 1844 en de openbaring van Bahá'u'lláh in 1863. De dagen worden geteld in een cyclus van 19. Negentien van deze 19 daagse cycli, vaak 'maanden' genoemd hoewel ze niets met de maan van doen hebben, maken een jaar, waarbij de periode tussen de 18e en 19e maand geen deel van de maandenstructuur uitmaakt. Deze periode wordt Ayyám-i-Há genoemd. Deze periode duurt 4 dagen in normale jaren en 5 dagen in een schrikkeljaar. De regel voor schrikkeljaren is gelijk aan die van de Gregoriaanse kalander. De Bahá'í kalender is dus even nauwkeurig en blijft met de Gregoriaanse gelijkop lopen. De zelfde cyclus van 19 namen wordt voor dagen en maanden gebruikt.

Het jaar begin op de equinox, March 21, het feest van Naw-Rúz; dagen beginnen bij zonsopgang. Jaren hebben hun eigen cyclus van 19 namen, Váhid genoemd. Opeenvolgende cycly van 19 jaren worden genummerd, waarbij cyclus 1 begin op 21 maart 1844, het jaar waarin de Báb zijn profetie aankondigde. Cycli op hun beurt worden opgenomen in Kull-I-Shay super-cycli van 361 (19˛) jaar. De eerste Kull-I-Shay eindigt pas in 2205. Een week van 7 dagen begin op zaterdag. Het is wel verwarrend, dat drie van een namen van de weekdagen ook worden gebruikt in the 19 namen cycli voor dagen en maanden.