Virtueel tijdschrift over spiritualiteit, geneeswijzen en psychologische onderwerpen



Sterven en rouwen in het jodendom
Recht om te leven en te sterven
Euthanasie
Het sterven
Na het sterven
Voor de begrafenis
de Chevre Kaddiesja
Reiniging, kleding, kisting
De begrafenis
Crematie en balseming
De eerste week van rouw
Hoe verder?



Kleine advertenties:


Ontwerp: www.shanra.nl


Ontwerp: www.shanra.nl

Men troost pas na de begrafenis - Men kijkt niet meer naar de overledene

Een bijdrage van Sasja Martel

Men troost pas na de begrafenis

'Troost uw vriend niet, zo lang zijn dode voor hem ligt' is een voorschrift uit de joodse traditie die enorm veel wijsheid in zich bergt. Zo lang de dode niet begraven is, zijn zowel de nabestaanden als de gemeenschap bezig met 'het respect voor de dode' en niet met 'het respect voor de levenden' of de troost voor de nabestaanden. Dit betekent dat ook de gemeenschap verplicht is mee te helpen aan een snelle maar waardige begrafenis. Het troosten van de rouwenden is hier niet op zijn plaats, aangezien de familie nog te veel in shock verkeert, en ontroostbaar is. Dit gebeurt wel, en zeer intensief, zodra de begrafenis voorbij is, gedurende de rouwweek, de sjiva.

Men kijkt niet meer naar de overledene

Tijdens zijn leven beschikt een mens over zijn lichaam. Hij bepaalt wie dit lichaam ziet en wie het aanraakt. Waarom zou hem dit na zijn dood ontnomen worden? Als men dit bedenkt, is het 'voor de laatste keer groeten'(d.w.z. vaak nog even de dode aanraken) door nabestaanden een directe aantasting van dit primaire recht.
Het aanschouwen van de mens in de meest kwetsbare toestand, na het overlijden, wordt dan ook als een aantasting van de geestelijke integriteit van het begrip mens beschouwd.
'Degene wiens dode vóór hem ligt' is ineens zijn levensoriëntatie kwijt. Het is een zeer emotionele fase, omdat de overledene als het ware nog aanwezig is. Uit respect voor de dode (kawod hameet) bedekt men zo spoedig mogelijk het stoffelijke overschot om de overledene niet te beschamen. De ziel is eruit gegaan, en de dode is niet meer die persoon, die hij bij leven was. Wat rest is het stoffelijke deel van de mens. De mens is volgens de Bijbel geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, met lichaam en ziel. Deze eenheid valt met het overlijden weg, en daarmee ook het Godgelijkende en tevens menselijke deel. De waardigheid van een mens wordt gerespecteerd wanneer hij als een 'jij' persoon wordt benaderd, en niet als een object. Het feit alleen al dat we hier bijvoorbeeld niet kunnen zeggen: 'Wat lig jij er goed bij'!, laat zien dat er hier iets niet klopt. We kunnen over de dode alleen nog maar in de derde persoon spreken, omdat er geen 'jij' meer is.
We kunnen naar de overledene kijken, maar hij kan ons niet zien. In deze eenzijdige relatie heeft het iets van voyeurisme als we het wel doen! De familie kan en wil niet getroost worden zolang de dode nog voor haar ligt. De tijdelijke troost die het zien van het dode lichaam geeft, weegt niet op tegen het gevoel van blijvend respect voor de dode.
Het is zo simpel te begrijpen maar zo moeilijk te accepteren. Er zijn momenten waarop men zelf ook liever niet gezien wordt door de buitenwereld. Situaties waarin men zich niet volledig onder controle heeft. Ziekte kan een mens onherkenbaar maken, evenals een hevig geëmotioneerde uiting van pijn, verdriet of kwaadheid. Hoewel het hier om normale uitingen van de mens gaat, wil men zich doorgaans niet in een dergelijke toestand aan de buitenwereld tonen. Juist het kijken naar een mooi aangeklede dode kan leiden tot ontkenning van de dood. Het wordt namelijk in dat geval nog moeilijker de geliefde los te laten en de dood te accepteren.
De dode is in feite de enige, die een beroep doet op ons respect omdat hij geen eigen wil meer heeft.
Als wij hem met respect blijven bejegenen, als een persoon, dan hoeven wij hem niet meer te zien. Niettemin kunnen wij zeggen: 'Hij of zij was een goed mens.'


Meer over sterven en rouwen in het jodendom

Inleiding
Recht om te leven en te sterven
Euthanasie
Het sterven
Na het sterven
Voor de begrafenis
de Chevre Kaddiesja
Reiniging, kleding, kisting
De begrafenis
Crematie en balseming
De eerste week van rouw
Hoe verder?


Tips en aanverwant

Over (re) incarnaties


Over Sasja Martel

Sasja Martel(1954) studeerde theologie aan de Universiteit van Amsterdam, judaica aan de Katholieke Theologische Hogeschool te Amsterdam en aan de Hebreeuwse Universiteit te Jeruzalem waar zij 10 jaar woonde. Zij is sinds 1976 free lance docente Jodendom en de relatie Jodendom - Christendom in Nederland en Duitsland. Is afgestudeerd op het onderwerp 'De joodse visie op sterven en rouwen', waarbij de met name de rol van de gemeenschap in het rouwproces van de enkeling werd onderzocht. Momenteel schrijft zij een boek over dit onderwerp dat eind 2003 zal uitkomen. Inschrijven op de intekenprijs is al mogelijk (ongeveer 25 euro) via haar email (sasjael@hotmail.com). Zij is modern orthodox en lid van de joodse gemeente te Amsterdam en initiator van het in oprichting zijnde joodse hospice Immanuel te Amstelveen.


© Copyright Stichting Shanra | Hans van Meteren en Sandra Warmerdam | InnerNed 1997-2008.
Lees de voorwaarden als je iets wilt overnemen.

Laat jouw website bouwen door de makers van InnerNed! Stichting Shanra

Disclaimer